Hiero.nder de stukskes die vanwèège ruumtegebrék nie ien de kra.nt geplétst kósse worre:

Senaat bezoekt Senaat

De Senaat verlaat het Bombakkesrijk om zich te vervoegen naar  ’s Gravenhage,  Rijk van de Ooievaar, wellicht dat onze ooievaars na het gebulder van de 11e van de 11e ook het ooievaarspad richting Den Haag hebben genomen om daar op de hofvijver de ontwikkelingen af te wachten. Ik zag ze niet zitten op hun vertrouwde plek.

Wat bij geen enkele vergadering tot op heden gelukt is, lijkt nu we te samen komen bij Gods Huis – wel te Lukken,  IK BEN ER , en ook nog allemaal op tijd!  Maar inderdaad dat was maar schone schijn  –  de keuze van de dame, wat trek ik aan, is zoals zo vaak het verschil tussen op tijd komen of net niet.

Dus de heren Senatoren reste niets anders dan te wachten op nadere berichten en de da
me. Maar daar was ze toch – ze kwam met gepaste snelheid de hoek om zeilen. Een bonte sliert  van auto’s verliet al sn
el het Bombakkesrijk. In Mook op het perron kreeg eenieder een papieren Handy of Goody-bag met ons broodje – vers geperst  sinaasappelsap – een tussendoortje – pepermunt –info,  zelfs een tandenstoker met flosdraadje was er te vinden, tenslotte horen krenten in de pap en niet tussen de tanden.

De trein puilde dus uit van de in vele gevallen veel 111b senaat 2jongere reizigers. Heel cool zonder vast te houden probeerde ik me staande te houden. Maar zonder al te veel kleerscheuren en gezichtsverlies kwamen we aan op Nijmegen Centraal waar die jeugd, net als de onze, ons ook snel verliet.

Zijne hoogheid, de Prins kwam nog om de Grand Gries van  D66 nog een eretitel toe te voegen. Hij werd tot Schorrie benoemd voor deezen dag – en de bijbehorende versierselen werden overhandigd.

In no-time waren we daarna in Utrecht het knooppunt, en ook nog eens een jarenlange bouwput omdat ze bezig zijn om alles te veranderen te vernieuwen af te breken en op te bouwen. We gaan 1 verdieping omhoog om elkaar reddeloos kwijt te raken.

Als echte boeren die voor het eerst in de grote stad zijn  lopen we als dappere dodo’s in het rond – van spoor x naar spoor y – kortom we zijn het spoor bijster. Een groep is al onderweg naar Den Haag – als wij Utrecht nog de rug moeten toekeren.
Maar we worden in den Haag CS weer herenigt – de  SENAAT is weer bij elkaar en kan voltallig vertrekken.

We volgden de route te voet die onlangs de koning en maxima nog in hun gouden koetsje hadden afgelegd, en kwamen door de poort het binnenhof op. We voelen ons  thuis, geborgen in de warme schoot van onze democratie – taferelen van kip en het ei aan de muur.

Onze Hopse Hen en de Kiep  – ze vuule zich thuus. De jassen worden in een jassencarrousel weggehangen – ja alles is anders hier in Den Haag – wellicht wat voor de coloradokevers – alles draait om elkaar en niets is wat het lijkt.

Wie het dichtst bij het vuur zit zorgt er natuurlijk voor dat ie er warmpjes bijzit – nu dat is de eerste kamer niet vreemd – Groningers ik kan jullie zeggen – dat Gas gaat nog altijd naar Den Haag. We worden ontvangen in de fractiekamer van D66. Net als in de gelachkamer van de Kroon hangt hier ook veel oud zeer aan de muur.

Joris doet zijn verhaal; Hij vertelt  over zijn belevenissen in de kamer en hoezeer de rol aan het veranderen is.  Kortom ook hier weer het strijdtoneel om de politieke macht, zo zijn de regels en zo moet er gespeeld worden.

Ik hou me bezig met het terughalen van wat belastinggeld door het leegeten van de koekjesschaal en indien hij opzij kijkt minzaam te knikken. Na zijn betoog en het spervuur van vragen en zijn al dan niet ontwijkende antwoorden is het tijd dat onze Commandeur het woord neemt en hem de versierselen die wij meegebracht hadden op te pinnen.

Dan wordt het tijd om na het beraad in de fractiekamer te gaan voor  het echte werk – den Eerste Kamer. We proppen ons in de bankjes waar heren en dames Senatoren normaal een maal in de week hun al dan niet gewichtige posturen nestelen. De geschiedenis – de inrichting – het plafond – alles is op het balkon na – prachtig en ademt een roemrijk verleden der Nederlanders uit – die de wereldzeeën bevoeren en controleerde – maar wij als nazaten kunnen niet eens van Gennep naar Den Haag reizen zonder elkaar onderweg al kwijt te raken!

In het schip van de staat staan we daarna allemaal met ons schuitje – en kijken minzaam naar het fotograferen. Na het voer van onze hersenen is het ook tijd om de pens  weer aan het werk te zetten. En waar kan dat beter dan de eeuwige jachtvelden. Een indrukwekkende grote tafel wachtte daar op ons  en kunnen we de dik belegde boterhammen gaan verschalken. We dalen allemaal weer neder tot de aarde,  Jacob komt zelfs uit de Eeuwige Jachtvelden terug tussen 2 dames.

De tweede kamer pakt weer eens breed uit –poortjes – detectie – een zooi beveiligers etc. De
schoenen uit (gelukkig dat ik  s’morgens nog gekeken had dat ik geen gaten in de sokken had) De riem moest af – en hoewel de kno0p van mijn  broek het nodig vond zich te distantiëren van dit  festijn, en het hazenpad had genomen, en je in de tweede kamer wel een oor, maar geen knoop kunt laten aannaaien, bleef dankzij het inhouden van de buik,  en het uitblijven van nadere inspectie mij onderbroekenlol bespaart. Daarna de spullen in een kluis met zelf te verzinnen pincode en onze rondleiding kon beginnen. We werden door D66 2ekamerlid Mevrouw Vera Alida Bergkamp ontvangenen die de ins en outs kon vertellen – over  wat het betekend – het  vele werk, de valkuilen van de pers.

Ook zij werd nader aan111b Senaat 3 haar charmante tanden gevoeld en ze wist ook in meer of mindere mate hierop te antwoorden, politiek correct. Natuurlijk  was er na haar betoog ook een hartelijk woord van dank door onze Commandeur,  ut pinneke en ut fleske jajem.

Daarna gingen we onze tocht door het 2e kamer gebouw, of beter gezegd gebouwen vervolgen door gangen langs burelen met zeer voorname mensen. De troon van Zijne Koninklijke Hoogheid stond er ook, helaas onze prins mocht er naar kijken maar wel op gepaste afstand. Een foto in het trappenhuis was desalniettemin zo gemaakt.
Een bezoek aan de publieke tribune van de tweede kamer, was helaas niet mogelijk. We moesten ons getroosten met een glimp van de kamer en het spreekgestoelte toen we door de gang liepen.

Nadat we van onze gastdame en heer met gepaste pinnekes afscheid hadden genomen en we de blaasjes geleegd, en de kluisjes gekraakt hadden mochten we via de zijuitgang het politieke toneel verlaten.

Met trillende neusvleugels zouden we ons aan de terugreis wagen op ’s lands spoorwegen. Het werd iedereen op het zijn of haar hart gedrukt om VOORAL bij elkaar te  blijven – zeker in UTRECHT – de schrik van iedereen. Van Den Haag naar Utrecht – geen probleem – het overstapppen ging ditmaal goed. Het was het echter wel veel drukker in de trein We zaten allemaal in dezelfde trein dat was het voornaamst,  en kwamen in Nijmegen weer bij elkaar.

Terug in Gennep, in de boezem van ons geliefde stadje – we parkeren  op het Martinusplein voor  de Basiliek van Gennep. Daarna konden we gaan genieten van een lekker diner in Het Geveltje voor  Senatoren waardig, onder het  genot van een lekker drankje wat in overvloed genuttigd kon worden.

De ooievaars waren ook terug van hun Haagse Avontuur, ze hadden de hele hofvijver afgeklepperd maar  hun roemruchte soortgenoot niet gevonden. Dan toch maar liever terug naar Gennep. Neen, den Haag heeft het in het wapen staan, maar moet  ze node missen, nee in Gennep worden ze niet genoemd, ze zitten er gewoon bovenop het centrum van de politieke macht, kijken neer op het volk en hebben er schijt aan.

Ze maken een rondvlucht voor het slapengaan over Gennep. Het is rustig, behalve bij de Geveltje is er nog wat loos. Ze maken een bocht  richting de kerk – ze kijken neder en lezen het opschrift aldaar:

“ IK  BEN  ER “   prijkt er met grote letters, nee Kerkvorst klepperen ze,

Gij was er niet,  “ WIJ  WAREN  ER “

Geschreven door Martien Janssen


Warm onthaal bij scholenbezoek

Op vrijdags voor carnaval trekt er altijd een waar konvooi door Gennep met de prinsen van Bombakkes en Coloradokevers en gevolg van raden van elf en joekskapel om de scholen een bezoekje te brengen. Een mooie traditie om ook de niet actieve carnavalsvierende kinderen kennis te laten maken met het fenomeen Carnaval. Deze stoet is al voor dag en dauw op pad om volgens een strak schema de verschillende scholen met hun prinsen en prinsessen te feliciteren en onderscheiden. De tocht gaat van De Ratel naar Elckerlyc, naar Piramide, vervolgens naar Maria Goretti en ten slotte naar Mikado. Overal is het onthaal enthousiast en feestelijk. Maar wat we niet onvermeld willen laten is dat de Ouderraad bij Elckerlyc voor de hele (echt heel grote) groep koffie, thee, ranja en broodjes knak heeft klaar staan. Dat is altijd een welkome versnapering voor de gasten en dat wordt al jaren zeer gewaardeerd. Dus Openbare Klapsigaren, een openbaar dank je wel!

Prinses Esperanza, Prins Bram en Adjudant Jort (2015) met de broodjes warme knak.
Prinses Esperanza, Prins Bram en Adjudant Jort (2015) met de broodjes warme knak.

Ga.ns èète

207 gans eete
V.l.n.r.: Bertus, Dèèke Huisman, Michiel, Geert, Toon en Pastoor Bouman

Ieder jaor had den dèèke ien zien preek ien de openingsmis d’r ôvver dat ut ien sommige delen van Duitsland tradisie is um ien november en dissember Sankt Martinsgans te èète. Hej had dat al un par keer gedaon en hej zej dat jut verèkkes lekker was. Bertus van As, dèn wel van lekker èète hèlt, sprak den dèèke d’r op èn en dat ie op un uutnodiging zat te waachte. Ien 2003 wier Bertus dör den dèèke genöjt en saame ginge ze ga.ns èète bej de Santwirt ien Pfalzdorf. Ze vo.nde ut allebej lekker en besloote wier um d’r meteen mar un tradisie van te maake. Den dèèke zow betaole ien de onève jaore en Bertus ien de ève. Dat is tot op den dag van vandaag zo gebleeve. Ien 2010 wier ’t Bombakkes dör den dèèke genöjt um ga.ns te gaon èète bej de Santwirt.

De ga.ns
De ga.ns

Ok dat mos un tradisie gaon worre. Afgeloope dissember hèbbe  den dèèke, pestoor Boumans, twee  ex-prinse, un officier en un erelid van ’t Bombakkes geprebierd un die tradisie ien eere te ha.lde. Ik èges viend ut heel lekker en heb ien november en dissember drie keer ga.ns gegèète. IK kan ut iedereen ènraojje!

Flitser


Suukerruuve Clup van ’t Jaor

D’n zaoterdag nao d’n ellefde van d’n ellefde ister tradisie getrouw ’t openingsbal van alle carnavalsvereeniginge uut de Gemeente. Dit jaor lag de organisaasie hiervan bïj de Diepenkikkers uut de Milsbèk.   Dizze gezellige aovend wier natuurlik vurgegaon dur alle Prinse uut de gemeente, mit hun Prinsesse. Op dizzen aovend wurd ok altied bekend gemakt wie zich de man of vrow van ’t Jaor mug noeme. Dit jaor wiere dat heel veul vrollie en kè.ls!

De Diepenkikkers hadde gemeend dat ’t de beurt was an de Suukerruuve um dizze titel te mugge draage. Én groep meense die d’r altied bïj zien as ’t um gezelligheid en muziek maake gèt.  Al veule jaore staon zïj hiervur garant.  Dur t jaor hin zien ze wel bekend as “de Bergklanken”, mar vanaf d’n ellefde van d’n ellefde wies Aswoensdag zien ’t de Suukkerruuve. Of ’t now gèt um ’n feesje bïj iemand thuus, of hun jaorliks “ekkes knalle”, altied weete ze de sfeer tot ’n hoogtepu.nt te brenge.  En dat gebeurde natuurlik op op ’t openingsbal ien de Milsbèk.

Vrollie en kè.ls van de Suukerruuve, Profisijat mit dizze titel!

Sara


Gruusbèkse kwats

Beej oons tuus proaten ze plat,
mor as ge en bie.s het, ziede zat.
Goe.d geroaje ik koom van “De Ho.rst”,
en on ut eind van enne mik, dor zit en ko.rst.
As ge veul gaald  het, ziede oonder de panne,
enne ruun wird duk vur de kor gespanne.
En kald biereke is goe.d vur de do.rst,
nor ut sla.gten draaide oons moed de wo.rst.
Wort ut duuster ovverdag ,dan komme dur boeje,
mor de knoei ien dun hof ,blieft altied groeje.
De vasteloavund klub hiet hier “Net Aecht”,
mor wette  geej ok wa da now is “ut gevraegt”?
Ien ut vroejoar get ut ys oan ut dui.jen,
met posse  doen ze beej oons de klokke lui.jen.
En zog duut zich on enne poal schoere,
as ut sommers duuster wordt, gift et schoere.
Weej schreve vroeger  mit de krunjespen,
en piepers rä.pen din we ien de ben.
Grötvod en Grötmoed lie.pen altied op de sloffe,
de meense achter de poal noeme zeej de moffe.
En wietsig joong dernje is en “Totebael”
mor wette geej ok wa da is “enne drael” ?
As ge oangescho.ten ziet,hedde en “smilje”,
en on en schup en on enne gä.vel zit en stilje.
Smaans voeren we de hoane en de tuuten,
en ut klien joonk mikt al heel vroeg vutuuten.
De verman wond ien de  buurt van ut vear,
mor wette geej ok was is en “bliende mear “?
As ien de haarfst de wiend duut huuule,
gon we nor binne um te schuule.
Vroeger kochte weej ut mael ien en tuutje,
en en kusje noemde weej en “snuutje”
En kort gebed en en groot stuk woa.rst,
ist nie vur de honger dan wel vur de do.rst.
Kunde geej niks maeke van al dees kwats beej een,
bael geruist ien Gennep ,vijf een zeuve zeuve  twee een !

Vasteloavund 2016.

Jan van de Plakse Gerrit.

Facebooktwitter