No current events.
Laatst aangepast (maandag, 14 februari 2011 21:51)
Dialekt en vastelaovend, da heurt bïj mekaor. Daorum hebbe wïj d'r op dees sajt vör gekooze öm ze veul meugelek de schrie.fwie.ze ân te ha.lde die ien ’t Génneps Woordeboek wördt gebruukt. Ien dé boek staon ennen hoop regels, mar de samevatting daorvan is as vollegt. (Létterlek aovergenome uut 't Génneps Woordeboek, dus ien 't Neederlands)
De hoofdregel is, dat we klanken die in het Nederlands en het dialect hetzelfde zijn, in principe net zo schrijven als in het Nederlands. Zo is de eu in peut (poten) dezelfde als in 'reus'; de u in but (botten) of in duk (dikwijls) dezelfde als in 'put' en de uu in huukske is die van 'minuut'.
Een uitzondering maken we voor de spelling van de 'e'. Daarbij maken we onderscheid tussen de é in woorden als hél (helder) die hetzelfde klinkt als de 'e' in 'fietsbel' en de toonloze e in woorden als de (de), loope (lopen) of kruupe (kruipen) die ook in het Nederlands toonloos is. Wordt een kortere klank lang uitgesproken, dan zetten we een punt achter die klank, zoals bijvoorbeeld in gé.ld (geld), ha.nd (hand) en po.st (post) en rie.k (riek; naast riek - rijk), roe.pe (roepen), muu.r (muur, naast huus - huis).
Omdat het dialect echter meer en ook een aantal ander klanken heeft dan het Nederlands, gebruiken we ook nog de volgende speciale tekens:
â - voor de korte 'dunne' a-klank zoals in het Nederlandse 'matje' in bijvoorbeeld schâtse (schaatsen);
ó - voor de korte, donkere o-klank zoals in bóks (broek) en, gerekt, hó.nd (hond);
ö - voor de klank zoals in het Nederladse 'löss' en het Duitse 'Köln' in bijvoorbeeld mök (kalf) en, gerekt, rö.st (rust);
ô - voor de korte 'dunne' o-klank zoals in het Franse 'école' in bijvoorbeeld schôl (school);
è - voor de korte i-achtige e-klank zoals in het Duise 'Feld' in bijvoorbeeld zès (zes), kèl (kerel) en, gerekt, gewè.ld (geweld);
ïj - voor de i-j-klank in wïj (wij);
ao - voor de o-achtige klank in het Nederlandse 'zone' of 'rose' in bijvoorbeeld paol (paal);
öö - voor de lange eu-klank zoals in het Nederlandse 'freule'in bijvoorbeeld pööl (palen) of wööles (groot persoon, lobbes);
èè - voor de lange e-klank zoals in het Nederlandse 'serre' en 'fair' in bijvoorbeeld wèèr (weer);
ää - voor de gerekte ej-klank zoals in krääj (kraai).
Lange klinkers, zoals de aa, ee en oo schrijven we, in afwijking van het Nederlands, altijd met twee letters, dus loope (lopen), weete (weten) en maake (maken). Dit doen we omdat we ook schrijven ao, èè en ää in bijvoorbeeld paol (paal), pööl (palen), pèèr (peer) en wääje (waaien).
Ook de medeklinkers schrijven we in principe zoals in het Nederlands. We houden daarom vast aan bijvoorbeeld pad met een 'd' en niet met een 't', ook al is het wel een 't' die je hoort. We schrijven hélpe en niet héllepe, zoals je het in gesproken taal vaak hoort.
Tot slot een drietal afwijkingen van het Nederlands. Eindigt een woord op een j-klank, zoals in het Nederlandse 'kraai', dan schrijven we ook altijd een j, zoals in moj (mooi) en krääj (kraai). Eindigt een woord op een w-klank, zoals in het Nederlandse 'vrouw' of 'leeuw', dan schrijven we alleen maar een w, zals in vrow (vrouw) en lèw (leeuw) en ga.w (gauw). Een laatste opmerking betreft het feit dat we de slot-n in woorden als 'schrijven', 'hopen'en 'lezen' in onze schrijfwijze achterwege laten, zoals in Wïj zien now uutgeschreeve, én haope da gillie veul plezie.r hèt bïj lèèze en schrie.ve van 't Génneps!
Pin o.ns now nie va.st op wat wïj hierbaove hebbe geschreeve. 't Vèèlt zelfs vör de geoefende schrie.ver nie mit öm gén foute te maake. Géft niks, mar prebie.r 't toch 's, as ge wér 's enne spreuk vör de optocht-waage mot schrie.ve, of en liedje vör 't Schlagerbal, of en Proklamaasie van enne nïjje Prins.
Mit da.nk ân de schrie.vers van 't "Dialectwoordenboek van de gemeente Gennep", 1993, ISBN 90-801644-1-0
Wie is d'r hier?
Nów op bezuuk:
|
Wïj zitte ôk op FaceBook
|
Hoe lang nog?
't Krölt 'r, Moel Moel!
|
© 2009 Génnepse Vastelaovesklup 't Bombakkes.
Alle rechte vörbeha.lde